Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD3176

Datum uitspraak2008-06-04
Datum gepubliceerd2008-06-04
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureRaadkamer
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers12/700118-07
Statusgepubliceerd


Indicatie

Klaagschrift tegen beslaglegging op bedrijfspand te Terneuzen. Klager verzoekt om teruggave van het inbeslaggenomen pand, zodat exploitatie van het tevens in dit pand gevestigde café en restaurant weer ter hand kan worden genomen. De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.


Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG Sector strafrecht meervoudige raadkamer Parketnummer: 12/700118-07 RK-nummer: 08/232 Datum beslissing: 4 juni 2008 BESCHIKKING De rechtbank Middelburg, meervoudige raadkamer voor strafzaken, overweegt en beslist als volgt op het klaagschrift over inbeslagneming, gebaseerd op artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, van: [klager] geboren [geboortedatum en -plaats], wonende te [adres], thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Torentijd te Middelburg, Torentijdweg 1, verder “klager” te noemen. De procedure Het klaagschrift d.d. 27 mei 2008 is door de raadsman ondertekend en ter griffie van deze rechtbank binnengekomen op 27 mei 2008.Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de meervoudige raadkamer van deze rechtbank op 3 juni 2008. Aldaar zijn verschenen en gehoord: klager, de raadslieden mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk en mr. G.A.C. Beckers, en de officier van justitie in dit arrondissement, mr. R.C.P. Rammeloo. De meervoudige raadkamer heeft naast het klaagschrift kennis genomen van het dossier bekend onder bovengenoemd parketnummer. De feiten Op 20 mei 2008 is op het pand [adres inbeslaggenomene] onder klager beslag gelegd op basis van artikel 134 juncto artikel 94 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, met het doel van verbeurdverklaring van dat pand. Klager heeft geen afstand gedaan van het inbeslaggenomen goed. Tegen klager is vervolging ingesteld. Het beklag en het standpunt van de officier van justitie daaromtrent Klager vraagt teruggave van het inbeslaggenomen pand zodat de exploitatie van de tevens in dat pand gevestigde café en restaurant weer ter hand kan worden genomen. De gronden zijn in het klaagschrift nader omschreven en dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beklag. De beoordeling voorvragen Het klaagschrift is tijdig en op bij de wet voorgeschreven wijze ingediend. Klager, die stelt eigenaar van het inbeslaggenomen bedrijfspand te zijn, is belanghebbende in de zin van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is daarom bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen en klager kan in het klaagschrift worden ontvangen. de verdere beoordeling In raadkamer heeft het Openbaar Ministerie verklaard dat het onderhavige beslag is gelegd met het doel de beslagen onroerende zaak - de eigendom waarvan niet is gesplitst en waarin zich naast de coffeeshop tevens een door klager geëxploiteerd café-restaurant bevindt - verbeurd te doen verklaren. In de onderhavige coffeeshop wordt immers op wel zeer grote schaal in drugs gehandeld. De beslaglegging is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet als onrechtmatig te kwalificeren, terwijl de rechtbank het voorts niet hoogst onwaarschijnlijk acht dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen zaak (het volledige pand) zal verbeurd verklaren, zodat het belang van de strafvordering zich tegen opheffing van het beslag verzet, niettegenstaande de belangen van klager. Teneinde te voorkomen dat vanuit de coffeeshop in het beslagen pand wederom - evenals na de doorzoeking op 1 juni 2007 - opnieuw strafbare feiten zouden kunnen worden gepleegd, heeft het Openbaar Ministerie het pand thans van nieuwe sloten voorzien. Klager stelt dat dit een onrechtmatig gebruik van de inbeslaggenomen zaak is, althans dat het Openbaar Ministerie misbruik van zijn strafvorderlijke bevoegdheid maakt, omdat daardoor de zelfstandige exploitatie van de café- en restaurantruimte elders in het pand onmogelijk wordt gemaakt. Tijdens de behandeling in raadkamer heeft de raadsman van klager verklaard, dat er tussen het Openbaar Ministerie en klager overleg wordt gevoerd over de mogelijke voortzetting door klager van de exploitatie van alleen het café-restaurantgedeelte. Daarbij speelt evenwel dat zulk een verdere exploitatie thans niet mogelijk is zonder tenminste ook toe- en doorgang tot resp. door het coffeeshopgedeelte van het pand. Naar het oordeel van de rechtbank is de volledige afsluiting van het pand niet als een onrechtmatig gebruik door het Openbaar Ministerie van de inbeslaggenomen zaak aan te merken, terwijl deze volledige afsluiting ook geen misbruik van bevoegdheid door het Openbaar Ministerie oplevert. Dit zou slechts anders kunnen liggen indien meergenoemd café- en restaurantgedeelte volledig zelfstandig zou kunnen worden bereikt en functioneren. De thans bestaande onmogelijkheid tot exploitatie is echter een gevolg van door klager in het verleden gemaakte keuzes als ondernemer en komt voor zijn risico. Van een misbruik dan wel disproportioneel gebruik van bevoegdheid door het Openbaar Ministerie ten deze is de Rechtbank niet gebleken. Mitsdien dient te worden beslist alsvolgt: BESLISSING De rechtbank verklaart het beklag ongegrond. Deze beslissing is gegeven door: mr. R.J.G. Lameijer, voorzitter, mrs. I.J.M. Woltring en S.R.B. Walther, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier A.S. Heberlein-Guiran als griffier en uitgesproken ter openbare raadkamer op 4 juni 2008. De griffier en Mr. Walther zijn buiten staat deze beslissing mede te tekenen.